Huizenmarkt bijna overal in Nederland dynamischer

Nieuwegein, 13 april – Het aantal transacties op de bestaande koopwoningmarkt neemt nog steeds toe, maar aan de grote groei lijkt langzaam een einde te komen. Positief is dat de markt in grote delen van Nederland profiteert van de stijgende lijn. Er werden in het 1ste kwartaal van 2017 ruim 10% meer woningen verkocht dan in dezelfde periode een jaar eerder. Dat brengt het aantal transacties door NVM-makelaars op bijna 38.700*, en in de totale markt op naar schatting 50.200. Over de laatste vier kwartalen zijn dat ruim 168.500 bestaande koopwoningen (totale markt circa 219.000). De prijs is in het 1ste kwartaal 2017 met 1,1% maar licht toegenomen ten opzichte van het laatste kwartaal van 2016. Vergeleken met een jaar eerder is de gemiddelde koopwoning 8,8% duurder geworden. De looptijd van verkochte woningen wordt steeds korter en bedraagt nu 77 dagen. Dat is 31 dagen minder dan een jaar geleden. Een potentiële koper kon in het 1ste kwartaal 2017 kiezen uit ruim 6 woningen. De verkoopkans van woningen die te koop komen, neemt verder toe: 62% van de nieuw in aanbod gekomen woningen is binnen 90 dagen verkocht. Het woningaanbod in Nederland daalt zeer snel. Ten opzichte van een jaar geleden staan er 32,7% minder woningen in aanbod bij NVM-makelaars. Het aantal te koop staande woningen in het afgelopen kwartaal bedraagt bijna 79.000 (totale markt ongeveer 103.000). “De komende kabinetsperiode moet er echt werk worden gemaakt van de opgave om jaarlijks 80.000 nieuwbouwwoningen te realiseren, met name in en rondom de steden”, stelt NVM-voorzitter Ger Jaarsma. “Ik vind dat het Rijk en de gemeenten proactiever hun rol moeten oppakken bij deze nieuwbouwopgave. Beleggers, ontwikkelaars en makelaars staan te trappelen om er een succes van te maken. Onze makelaars ervaren iedere dag in de praktijk waar er vraag naar is.”

 

Minder stijging aantal woningtransacties

Werden er in de afgelopen kwartalen steeds 15% tot 20% meer woningen jaar-op-jaar verkocht, dat percentage is nu teruggelopen naar zo’n 10%. Dat wordt vooral veroorzaakt door een daling van de verkoopaantallen in de regio’s die bekend staan als oververhitte gebieden. In regio’s als Amsterdam (-19%), Haarlem (-8%), Utrecht (-8%), Amersfoort (-8%) en de stad Groningen (-11%) is de daling het sterkst. Er worden hier gewoonweg te weinig woningen te koop gezet om verkocht te worden. Daar tegenover staan regio’s in Brabant (Bergen op Zoom +40%, Uden +48%), de Achterhoek (Ruurlo Eibergen +42%, Doetinchem +40%) en de Kop van Noord-Holland (+40%), waar het aantal verkochte woningen een stuk hoger ligt dan een jaar eerder.

 

Appartementen verliezen terrein wegens erg weinig aanbod

Het in Nederland meest verkocht woningtype, het appartement, verliest terrein. Er werden er dit kwartaal 2,7% minder van verkocht ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar geleden. Waar vorig jaar nog 32,4% van alle verkopen een appartement betrof, is dat nu nog slechts 28,7%. Jaarsma: “Er is erg weinig aanbod van appartementen, zeker in de grote steden.” Van vrijstaande woningen daarentegen werden er 26% meer verkocht. “Het aandeel verkochte vrijstaande woningen op het totaal aantal transacties heeft in de afgelopen 20 jaar niet zo hoog gelegen. Het is een teken dat de doorstroming goed op gang is.”

 

Vrijwel overal in Nederland hogere verkoopprijzen

De prijzen van verkochte woningen liggen 8,8% hoger dan in het 1ste kwartaal van 2016. De transactieprijs van de gemiddeld verkochte woning ligt op 248.000 euro. “In vrijwel alle regio’s in het land is sprake van hogere verkoopprijzen dan een jaar eerder”, weet Jaarsma. “Amsterdam spant nog steeds de kroon, met een jaar-op-jaar prijsontwikkeling van ruim 20%. Ook in de regio’s rondom Amsterdam, Utrecht en in grote steden als Hengelo/Enschede, Nijmegen en Den Bosch stijgen de prijzen flink.”

Veel verkopers in Amsterdam en Utrecht krijgen een topprijs voor hun woning, en hebben zo meer geld te besteden aan een woning in de regio. In Zeeuws-Vlaanderen en in regio’s in het noorden van Nederland, zoals in Grootegast, Oost-Friesland en in Zuidwest-Drenthe is er nauwelijks prijsstijging of is er sprake van een lichte prijsdaling.

De prijsontwikkeling van de verschillende woningtypen blijft ten opzichte van een kwartaal eerder beperkt met een plus van 0,6% voor tussenwoningen tot plus 1,8% voor appartementen. Volgens de NVM-voorzitter is hier sprake van een sterk seizoenseffect. “Net als voor het aantal verkopen geldt dat de prijsontwikkeling in het 1ste kwartaal ook altijd lager is dan in de rest van het jaar. Minder verkopen, en lagere prijsstijgingen dus ten opzichte van een kwartaal eerder.”

Voor vrijstaande woningen wordt nog steeds het meeste betaald: de transactieprijs komt uit op 384.000 euro. Appartementen maken een grote inhaalslag. Vergeleken met een jaar eerder ligt de transactieprijs 10,7% hoger, op 192.000 euro.
Woningen worden sneller verkocht

De tijd die het duurt om een woning te verkopen, daalt intussen hard. Het kost op dit moment in Nederland gemiddeld 77 dagen om een woning te verkopen. Dat is 31 dagen minder dan een jaar geleden. Een appartement wordt binnen 55 dagen verkocht (-41%), terwijl een vrijstaande woning gemiddeld nog 175 dagen verkooptijd kent (-12,4%). 61% van de verkochte woningen is binnen een kwartaal verkocht. Nog slechts bij 1 op de 8 woningverkopen duurt het meer dan een jaar om de woning verkocht te krijgen.

 

Woningaanbod daalt pijlsnel

Het woningaanbod in Nederland daalt zeer snel. Ten opzichte van een jaar geleden staan er 32,7% minder woningen in aanbod bij NVM-makelaars. “Het woningaanbod loopt enerzijds terug door de stijging van de verkoopaantallen in de afgelopen jaren, en anderzijds door een tekort aan nieuw woningaanbod dat op de markt komt”, aldus Jaarsma. “Steeds meer woningkopers wachten met het op de markt brengen van hun oude koopwoning tot het moment dat ze, in de vaak krappe markten waarin ze steeds vaker misgrijpen, eerst een nieuwe woning gekocht hebben.”

Vooral bij de appartementen gaat de daling van het aanbod hard. Er staat bijna de helft (-47,3%) minder aan appartementen te koop vergeleken met een jaar geleden en 20,8% minder dan vorig kwartaal. Voor vrijstaande woningen gaat de daling ook erg snel, maar wel minder hard. 22,1% minder aanbod dan vorig jaar, 11,8% daling ten opzichte van vorig kwartaal. De overige woningtypen zitten hier qua aanboddaling tussen. Ook de regionale verschillen zijn groot. “Er zijn regio’s waar het totale aanbod hard daalt en waar ook minder nieuw aanbod op de markt komt in vergelijking met een jaar geleden. Deze regio’s kennen een zeer krappe woningmarkt, en de competitie tussen woningkopers is er groot.” Amsterdam, Waterland, Leiden en (stad) Groningen zijn voorbeelden hiervan. Er zijn ook regio’s waar het woningaanbod weliswaar afneemt, maar er nog steeds veel nieuw aanbod op de markt komt, zoals Grootegast, Zuid-Friesland en Kop van Overijssel.

 

Particuliere beleggers betreden woningmarkt

In toenemende mate komen particuliere beleggers op de koopwoningmarkt, met als doel hun bezit te verhuren. Uit gegevens van het Kadaster blijkt dat de groep beleggers – in dit geval natuurlijke personen met 3 tot 50 woningen in bezit – de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld is. In 2016 kochten deze particuliere beleggers bijna 6% van het totaal aantal verkochte woningen in Nederland. Jaarsma: “Beleggers kunnen met het kopen en weer voor een hogere prijs verhuren van woningen een prima rendement maken. Door de lage rente hebben ze er niks aan om hun geld op een spaarrekening te zetten. Het goede hieraan is dat het aandeel vrije sectorhuurwoningen toeneemt. Er is echter ook een keerzijde, want koopstarters ervaren hierdoor meer concurrentie en vissen steeds vaker achter het net, omdat er meer partijen op de koopwoningmarkt actief zijn.”

De NVM-voorzitter verwacht dat beleggers ook zullen anticiperen op de Brexit. “Nederland is met zijn vestigingsklimaat een aantrekkelijk alternatief voor de financiële sector die nu voornamelijk in Londen geconcentreerd is. Die expats zullen straks allemaal woonruimte nodig hebben, wat extra druk op de markt zal geven.”

Bron: DNB, Kadaster

Vraagprijzen koopwoningen blijven overal in Nederland stijgen

De vraagprijzen van te koop staande woningen stijgen inmiddels al 2 jaar op rij. Vergeleken met een jaar geleden is de vraagprijs van de gemiddeld te koop staande woning met 5,6% gestegen, en komt uit op 311.000 euro. Voor appartementen wordt een prijs van gemiddeld 186.000 gevraagd, 8,2% hoger dan vorig jaar, terwijl voor 2-1-onder-1-kapwoningen de vraagprijs op 287.000 euro ofwel 3,2% hoger ligt. Alleen in de regio’s Lelystad en Noordoost-Groningen dalen de vraagprijzen ten opzichte van het 1ste kwartaal van 2016, in alle andere regio’s stijgen de vraagprijzen. Dat gaat het snelst in Amsterdam, met een vraagprijsontwikkeling van maar liefst 31%. Maar ook in de regio’s direct grenzend aan Amsterdam stijgen de vraagprijzen zeer snel: Haarlem (+24,2%), Waterland (+13,8%), Zaanstreek (+13,5%) en Almere (+13,0%). Ook Leiden (+15,9%) en Groningen (+12,0%) zijn regio’s met een sterke toegenomen vraagprijs.

 

Consument heeft keuze uit gemiddeld 6 woningen

De verhouding aanbod versus transacties, ofwel de krapte-indicator, is in het 1ste kwartaal van 2017 stabiel op 6 gebleven. Dit houdt in dat de gemiddelde woonconsument de keuze heeft uit 6 woningen. Jaarsma: “Als gemiddelde in Nederland zouden we dan kunnen spreken van een gezonde woningmarkt, waarbij aanbod en transacties redelijk in evenwicht zijn. Daarvan is echter geen sprake. De regionale verschillen zijn groot en de grote uitschieters naar beneden en naar boven zorgen ervoor dat er een gemiddelde van 6 uitkomt.” In de regio’s stad Groningen, Amsterdam, Utrecht en Zaanstreek hebben kopers keuze uit minder dan 3 woningen. “Er is sprake van zeer krappe woningmarkten met een groot tekort aan woningaanbod. Daar staan regio’s tegenover waar juist nog steeds veel woningaanbod al langere tijd op de markt staat.” Bijvoorbeeld noordelijke regio’s als Noordoost- en Zuidoost-Groningen, Slochteren en Den Helder/Texel, en zuidelijke regio’s als Noordoost-Brabant, Oss en Zeeuws-Vlaanderen. Voorbeelden van regio’s die de gemiddelde krapte in Nederland evenaren zijn Den Bosch en Apeldoorn.